Er is een vraag die de laatste tijd zachtjes in mij zingt. Geen dwingende vraag, maar wel een wezenlijke:
Hoe ziet mijn pad eruit als ik niet probeer om iedereen te redden?
Alleen al het stellen van die vraag opent iets. Want eerlijk is eerlijk - ik heb jarenlang gevoeld, gezien, gecorrigeerd, gedragen. Soms zonder dat iemand het vroeg. Soms omdat ik dacht dat het zo hoorde. En soms omdat ik mezelf anders niet wist te plaatsen in het geheel.
Maar wat gebeurt er als ik dat loslaat?
Misschien wordt het stil.
Misschien verdwijnen er mensen.
Misschien voelt het even leeg, alsof ik de jas van de helper heb uitgedaan en mijn handen niet weten waar ze moeten rusten.
Maar daarna…
Misschien komt er iets anders.
Ruimte.
Licht.
Zachtheid.
Míjn ritme.
Niet meer het pad van de redder, maar het pad van de reiziger.
Niet meer leven op het verdriet van een ander, maar thuiskomen in mijn eigen lichaam.
Want eerlijk?
Ik heb soms gewoon géén zin om te redden.
En zodra ik dat voel, sluipt er iemand binnen… Mevrouw Schuldgevoel.
Met haar handtas vol overtuigingen:
“Wat gij wilt dat een ander u doet, doe dat ook voor de ander.”
Maar dat gezegde is best venijnig als het je uit je basis haalt.
Want wat als ik mezelf rust toewens?
Wat als ik mezelf stilte gun, of ruimte, of eerlijkheid?
Mag ik dat dan ook aan de ander geven - zelfs als dat betekent dat ik níet geef?
Want hoe goed bedoeld ook:
wanneer iemand ziek is, en ik onderga de behandeling in hun plaats, worden we daar allebei niet beter van.
Toch is er een moeilijk stuk:
Wat als mensen me verwijten dat ik er niet voor ze ben?
Dat doet pijn. Zeker als je van nature zorgend bent.
Want ik ben er - alleen anders.
Niet als redder. Niet als pleister. Maar als mens. Aanwezig. Luisterend. Echt.
En daar komt een diep inzicht naar boven:
“Als ik niet meer fix voor je,
wil dat niet zeggen dat ik er niet voor je ben.”
Ik kan nog steeds luisteren. Ik kan ruimte geven aan jouw verhaal. Maar ik hoef het niet meer op te lossen.
En het wrange is…
Dat sommige mensen die zéggen:
“Als je het moeilijk hebt, zie je wie je echte vrienden zijn,” zelf vaak afhaken als jíj door iets moeilijks gaat. Omdat ze gewend zijn geraakt aan jouw draagkracht, aan jouw vermogen om te geven zonder grens.
Maar dat is geen vriendschap. Dat is afhankelijkheid in een mooi jasje.
Ware verbinding vraagt geen redding, maar aanwezigheid. Zonder rol. Zonder voorwaarden.
Ik leer om niet meer uit te leggen. Niet meer te bewijzen dat ik het goed bedoel. Ik hoef geen toestemming om trouw te zijn aan mijn grens.
Wat blijft er dan over?
Zachtheid.
Ruimte.
Liefde zónder uitputting.
Vriendschap die ademt in wederkerigheid.
Een pad waarin ik míjn waarheid leef.
En wie dan met me mee wandelt, wandelt niet omdat ik hen draag, maar omdat we samen vrij zijn.
Liefs, Philomène ❤️


Weer een mooi Blog.
BeantwoordenVerwijderenIk hoop dat deze veel mensen kan bereiken.
Dank je wel 🙏
Verwijderen